AVG: “leeftijdsgrens van 13 jaar sluit aan bij de digitale praktijk”

Terug naar overzicht persberichten
13 februari 2018
De Privacycommissie ondersteunt de keuze van de Belgische wetgever om de leeftijd voor ouderlijke toestemming onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) te verlagen tot 13 jaar. Deze leeftijd sluit beter aan bij de dagdagelijkse praktijk waarbij heel wat jongeren zich reeds vanaf jonge leeftijd online begeven. We mogen hen hierbij geen kansen ontnemen om zich digitaal te ontwikkelen. Maar omdat kinderen zich ook bewust moeten zijn van hun privacy moet de keuze voor 13 jaar gepaard gaan met extra inspanningen om kinderen van jongs af mediawijs gedrag aan te leren.

Vanaf 25 mei beschermt de nieuwe Europese Privacywet (AVG) de privacyrechten van alle Europese burgers en schenkt hierbij specifieke aandacht aan minderjarigen. Volgens artikel 8 van de AVG moeten aanbieders van online informatiediensten (sociale media, websites en apps) - gericht aan kinderen - die persoonsgegevens van minderjarigen verwerken, hiervoor toestemming vragen aan de ouders wanneer het kind jonger is dan 16 jaar. Aan de nationale wetgever werd wel de ruimte gegeven deze leeftijdsgrens te verlagen, tot minimum 13 jaar. Vele lidstaten deden dit intussen al, waaronder nu ook België.

De Privacycommissie begrijpt de keuze van de wetgever maar onderstreept dat privacyrechten en digitale rechten steeds hand in hand moeten gaan. Kinderen moeten vrij kunnen appen en chatten, zonder hierbij steeds toestemming aan de ouders te vragen. Dit maakt deel uit van hun digitale en sociale ontwikkeling. Maar ze moeten ook de risico’s van veelvuldig deelgedrag aangeleerd krijgen. Alleen zo groeien ze op tot kritische denkers die het internet bewust én selectief gebruiken. Ga als ouder dus in gesprek met je kinderen en neem bij voorkeur de beslissing over toegang tot bepaalde online diensten samen met je kind.

Hoewel de leeftijd van toestemming werd vastgesteld op 13 jaar, blijven kinderen kwetsbare personen in de zin van de AVG en daarom moet speciale aandacht worden geschonken aan de verwerking van hun persoonsgegevens. Dit blijft dus een bijzonder aandachtspunt voor bedrijven die diensten aan kinderen aanbieden.

Vandaag wordt reeds aanvaard dat kinderen vaak kunnen meebeslissen over zaken die hen aanbelangen en zelf hun toestemming voor iets kunnen geven. Dit wordt beoordeeld op basis van hun vermogen om een onderscheid te maken tussen goed of fout. De leeftijd waarop kinderen voldoende dit onderscheid kunnen maken, is afhankelijk van de context, maar ligt nu al vaak tussen 12 en 14 jaar. In de praktijk verandert er met de keuze voor 13 jaar dus weinig voor het beslissingsrecht van minderjarigen. Bovendien blijven ook de algemene bepalingen uit het contractenrecht ten opzichte van kinderen ongewijzigd. In België ligt die leeftijd nog steeds op 18 jaar.

Meer weten over de nieuwe Europese privacywet en diens impact op kinderen? Bezoek onze website www.ikbeslis.be en download het educatief materiaal: de nieuwe Privacywet van A tot Z.