Een latere verwerking van persoonsgegevens voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden

De wetgever verbiedt het gebruik van persoonsgegevens voor andere doeleinden dan deze waarvoor zij werden verzameld. Hierop bestaat echter één belangrijke uitzondering, met name indien zulke (latere) verwerkingen verricht worden voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden (HSW).

Het begrip "latere verwerking" slaat op het geval waarin een verantwoordelijke voor de verwerking die persoonsgegevens verwerkt in het kader van zijn normale werkzaamheden, die gegevens zelf wenst te hergebruiken of aan een ontvanger wenst mee te delen met het oog op een HSW-onderzoek.

Hergebruik slaat op verwerkingen voor doeleinden die als dusdanig door de betrokken personen niet verwacht worden bij de oorspronkelijke verwerking.

 

Er is sprake van een latere verwerking voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden indien verschillende kranten de persoonsgegevens van abonnees wensen door te geven aan een universiteit. Daar kunnen de gegevens bijvoorbeeld nog worden gemengd met gegevens uit andere bronnen - voor een wetenschappelijke studie betreffende een onderzoek over de leesgewoonten van de bevolking.
In principe gebeurt de latere verwerking van persoonsgegevens voor HSW-doeleinden aan de hand van anonieme gegevens.

Indien het met die manier van verwerken niet mogelijk is om de HSW-doeleinden te bereiken, mag de verantwoordelijke van de latere verwerking gebruik maken van gecodeerde gegevens.

Als ook met die manier van werken de HSW-doeleinden niet bereikt kunnen worden, mag de verantwoordelijke van de latere verwerking gebruik maken van niet-gecodeerde gegevens. Het gaat hier om persoonsgegevens die voluit identificatiegegevens bevatten.

Het Uitvoeringsbesluit van 13 februari 2001 voorziet in een specifieke (aangifte)procedure voor de verwerking van gecodeerde en niet gecodeerde gegevens.