Gemeenschappelijk Controleorgaan Douane-Informatiesysteem

Wat is het Douane-Informatiesysteem?

Het Douane-Informatiesysteem (DIS) werd opgericht bij Verordening van de Raad van 13 maart 1997.

Het DIS is een informatiesysteem dat alle douane-informatie centraliseert, waardoor overtredingen op douane- en landbouwvoorschriften doeltreffender kunnen worden opgespoord en vervolgd.

Met het DIS kunnen de nationale douaneadministraties onderling informatie uitwisselen en verspreiden over illegale handel en interventieverzoeken. Het DIS heeft als doel ernstige overtredingen van nationale wetten te voorkomen, te onderzoeken en te vervolgen door de samenwerkings- en controleprocedures van de douaneadministraties van de lidstaten doeltreffender te maken.

Het DIS bestaat uit twee gegevensbanken; de ene valt binnen het kader van acties die Europese Gemeenschap onderneemt en de andere valt binnen het kader van intergouvernementele acties. De juridische basis van de intergouvernementele gegevensbank, met name de Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied (DIS-Overeenkomst) bepaalt welke procedures moeten worden gevolgd wanneer informatietechnologieën worden gebruikt voor douanedoeleinden. De Overeenkomst bepaalt de grote parameters voor het opslaan van informatie, de manier waarop de informatie verbeterd wordt, de beveiligingssystemen en omschrijft de gegevenbeschermingsregels.

Is er een controle op de persoonsgegevens die het Douane-Informatiesysteem verwerkt?

Artikel 18 van de DIS-Overeenkomst richt een Gemeenschappelijk Douane Controleorgaan op. Ze is samengesteld uit twee vertegenwoordigers van de gegevensbeschermingsautoriteit(en) van iedere lidstaat die deze Overeenkomst ondertekende. De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer maakt er deel van uit.

Het Gemeenschappelijk Controleorgaan is bevoegd om:

  • de werking van het DIS te controleren;
  • alle uitvoerings- en interpretatieproblemen te onderzoeken die kunnen ontstaan wanneer het systeem in werking is;
  • problemen te onderzoeken die mogelijk kunnen ontstaan wanneer het systeem in werking is;
  • problemen te onderzoeken die zich kunnen voordoen tijdens onafhankelijke controles van de nationale controleautoriteiten van de lidstaten of tijdens de uitoefening van het recht op toegang tot het systeem die de burger kan uitoefenen en ten slotte voor die problemen gemeenschappelijke oplossingen voor te stellen.