Privacycommissie geeft advies over aanwending van de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG)

27-10-2008

ANG: samenvatting

Krachtens de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt kunnen de politiediensten gegevens van persoonlijke aard en inlichtingen inwinnen en verwerken, meer bepaald met betrekking tot de gebeurtenissen, de groeperingen en de personen die een concreet belang vertonen voor de uitoefening van hun opdrachten van bestuurlijke politie en voor de uitoefening van hun opdrachten van gerechtelijke politie.

De inlichtingen en gegevens die op die manier werden verkregen, worden in een algemene nationale gegevensbank (ANG) verwerkt, volgens de modaliteiten die de Koning heeft vastgelegd. Deze modaliteiten bepalen onder meer de bewaartermijn van de inlichtingen en gegevens maar ook de regels voor toegang en raadpleging.

In afwachting van dit Koninklijk Besluit, gaven de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken hun goedkeuring aan een gemeenschappelijke richtlijn MFO-3 in verband met het inlichtingenbeheer van de gerechtelijke en bestuurlijke politie. Die omzendbrief blijft echter vertrouwelijk aangezien alleen de inleiding ervan in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd werd.

Het ontwerp van Koninklijk Besluit tot bepaling van de modaliteiten voor de verwerking van de persoonsgegevens en de informatie van de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, in het raam van de algemene nationale gegevensbank (ANG) is dus een stap in de goede richting. Het ontwerp omkadert immers de gegevensverwerkingen die de politiediensten verrichten en bepaalt heel duidelijk de modaliteiten die deze diensten - in het kader van de opdrachten die hen zijn toevertrouwd – moeten volgen wanneer ze persoonsgegevens inwinnen en verwerken.

ANG: de adviezen van de Privacycommissie

Naar aanleiding van het eerste verzoek van de Minister van Justitie onderzocht de Privacycommissie in haar advies nr. 12/2007 van 21 maart 2007 het eerste ontwerp van Koninklijk Besluit tot bepaling van de modaliteiten voor de verwerking van de persoonsgegevens en de informatie van de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, in het raam van de algemene nationale gegevensbank (ANG).

Dit ontwerp van Koninklijk Besluit geeft een exhaustieve opsomming van de gegevens die de politiediensten kunnen inwinnen en verwerken. Maar gegevens die verband houden met het seksuele leven of met de politieke overtuiging kunnen slechts geregistreerd worden wanneer zij van "concreet belang" zijn voor de opdrachten van de gerechtelijke en bestuurlijke politie.

De Commissie stelt in haar advies vast dat het begrip "concreet belang" niet nader bepaald wordt. En zij benadrukt bovendien dat dit concreet belang in elk stadium van de informatieverwerking opnieuw getoetst moet worden. De Commissie stelt verder dat indien een dergelijk Koninklijk Besluit aan het Belgisch juridisch arsenaal wordt toegevoegd, zij evenwel bedenkingen heeft bij de volgende punten:

  • de definitie van het begrip ANG;
  • het aspect van de internationale informatieflux;
  • het complex systeem van bewaartermijnen;
  • de regels betreffende de uitwissing van de maatregelen.

Vervolgens legde de Minister van Binnenlandse Zaken een tweede ontwerp van Koninklijk Besluit voor aan de Commissie wat uitmondde in het advies nr. 33/2008 van 24 september 2008.

Dit tweede ontwerp van Koninklijk Besluit is – behalve enkele wijzigingen en toevoegingen - bijna identiek aan het ontwerp dat in 2007 aan de Commissie werd voorgelegd.

Hoewel de Privacycommissie in het algemeen positief staat tegenover dit ontwerp van Koninklijk Besluit, herhaalt zij evenwel haar vorige opmerkingen over:

  • de opheldering over de regels voor het uitwissen van persoonsgegevens;
  • het aspect van de internationale informatieflux;
  • de bewaartermijnen.

Daarnaast vestigt de Commissie de aandacht op twee nieuwe punten:

  • de lokalisatiegegevens voor doeleinden van bestuurlijke politie moeten niet geregistreerd worden;
  • de wettelijke basis voor de verwerking van bepaalde gegevens voor doeleinden van bestuurlijke politie zijn niet altijd duidelijk.

Procedure artikel 13

De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (wet verwerking persoonsgegevens – WVP) bepaalt dat elke persoon recht heeft op een rechtstreekse toegang tot zijn gegevens en op verbetering of schrapping van zijn gegevens. Dit betekent dat de betrokken persoon zich op elke ogenblik kan richten tot de verantwoordelijke voor de verwerking om eventueel kennis te nemen van zijn gegevens en desgevallend te verzoeken ze te verbeteren of te schrappen.

De WVP voorziet echter een uitzondering op die rechten wanneer de gegevens worden verwerkt door de politiediensten voor de uitoefening van hun opdrachten van gerechtelijke of bestuurlijke politie. In dit geval voorziet de WVP in een onrechtstreekse toegang. Met andere woorden, de uitoefening van het uw rechten gebeurt via tussenkomst van de Privacycommissie.

In dit geval moet de betrokken persoon zich wenden tot de Commissie met een gedateerde en ondertekende brief (en bevat de naam, voornaam, geboortedatum, nationaliteit en een kopie van de identiteitskaart, het paspoort of een vervangend document. Het verzoek bevat verder en in de mate dat de verzoeker over die informatie beschikt : de aanduiding van de autoriteit of de betrokken dienst, alle relevante elementen over de betwiste gegevens zoals hun aard, omstandigheden of waar men kennis heeft genomen van de betwiste gegevens en welke verbetering eventueel gewenst is).

Nadat de Commissie een dergelijk verzoek heeft ontvangen, neemt ze contact op met de betrokken autoriteit en verricht ze elke verificatie die zij nuttig acht. Zij kan eventueel gegevens laten verbeteren of wissen maar ook gegevens invoegen die afwijken van de gegevens die door de betrokken dienst werden verwerkt. Zij kan eveneens verbieden de gegevens mee te delen.

Na deze controle zal de Privacycommissie de betrokken persoon laten weten dat zij de nodige verificaties heeft uitgevoerd. Krachtens artikel 13 van de WVP kan zij echter de uitkomst van haar onderzoek niet meedelen. Zij kan dus de betrokken persoon niet meedelen of er al dan niet inlichtingen over hem bestaan, noch over de eventuele schrapping of verbetering van die inlichtingen. Slechts wanneer er gegevens werden verwerkt voor een identiteitscontrole kan de Privacycommissie, na advies van de betrokken dienst, eventueel de informatie verstrekken die zij nuttig acht.

Voor meer informatie:

Emmanuel Vincart, communicatieverantwoordelijke

emmanuel.vincart(at)privacycommission.be

+32 (0)2 213 85 68 of +32 (0)473 85 15 97