Hierover meer
De Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Privacywet) is het werkinstrument bij uitstek voor de Commissie. Dagelijks verdiepen de commissarissen en de juristen van de Commissie zich in het vijftigtal artikelen die de Privacywet telt: ze passen ze toe en interpreteren de grondbeginselen, nuances en subtiliteiten. Al vijftien jaar lang vormt de Privacywet samen met haar aanvullend Koninklijk Besluit van 13 februari 2001 hét denkschema voor de manier waarop de Commissie haar bevoegdheden uitoefent, nl. adviseren en bemiddelen.
De Privacywet is echter geen geïsoleerd juridisch instrument. Zij ligt in het verlengde van internationale teksten die met meerderheid van stemmen werden goedgekeurd door instellingen zoals de Verenigde Naties, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de Raad van Europa en de Europese Unie. Omdat ze ontsproten is uit Europese Richtlijn 95/46/EG betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, is het vanzelfsprekend dat de Privacywet verankerd ligt in de internationale – en vooral de Europese - regelgevende dynamiek inzake verwerkingen van persoonsgegevens.
Binnen de Europese Unie onthouden we vooral de kostbare bijdrage op vlak van interpretatie en harmonisatie van die richtlijn – en daardoor ook van de omgezette Privacywet – van de Werkgroep Artikel 29, waarin de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer samen met haar Europese collega's vertegenwoordigd is. De jurisprudentie van de Rechtbank van Eerste Aanleg en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en de Belgische hoven en rechtbanken groeit verder aan. Maar ook de jurisprudentie die het Hof van Straatsburg op basis van artikel 8 van het Europees Verdrag voor rechten van de mens ontwikkelde, is erg leerrijk omdat ze benadrukt dat de bescherming van persoonsgegevens een fundamenteel recht is.
Ook de Commissie bouwde haar eigen jurisprudentie uit met haar adviezen, aanbevelingen en machtigingen. Daarnaast zijn de voorbereidende werkzaamheden, de rechtsleer, de interpretatiegidsen en informatieve handleidingen die bestemd zijn voor de burger of heel specifiek gericht zijn naar de verantwoordelijke voor de verwerking, eveneens nuttige werkinstrumenten voor opzoekingen of diepgaande studies. In een latere, vernieuwde uitgave van de geannoteerde Privacywet zal gepoogd worden ook die informatie te integreren.
Het is die overvloed aan informatie die de Commissie ertoe heeft aangezet om bij elke bepaling van de Privacywet te verwijzen naar een aantal nuttige – zowel normatieve als jurisprudentiële – bronnen die deze bepalingen opnieuw in hun context plaatsen en zo bijdragen tot een beter begrip en juiste interpretatie ervan.
Momenteel werden er acht rubrieken uitgewerkt:
- Huishoudelijk Reglement van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
- Koninklijk Besluit van 13 februari 2001;
- verwijzingen naar andere wetgeving;
- internationale wetgeving;
- adviezen van de Werkgroep Artikel 29 (Groep 29);
- verslagen en studies van de Raad van Europa;
- jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen;
- jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;
- jurisprudentie van de hoven en rechtbanken.
De geannoteerde versie van de Privacywet is nu beschikbaar op de website van de Commissie (zie rubriek wetgeving - nationale wetgeving). U kunt bij de Commissie ook gratis een cd-rom aanvragen met de geannoteerde Privacywet alsook de belangrijkste teksten waarnaar wordt verwezen. U kunt uw aanvraag doen op het volgende adres codex(at)privacycommission.be. Ook al uw opmerkingen en voorstellen over de gebruiksvriendelijkheid van deze geannoteerde Privacywet zijn welkom op dit adres.


