Academische zitting 15 jaar Privacywet

07-12-2007

Kamer van volksvertegenwoordigers

Beknopt overzicht

Verwelkoming door de Voorzitter van de Kamer, de heer Herman Van Rompuy

De heer Van Rompuy sprak zijn waardering uit voor het werk van de CBPL.
Ook kondigde hij aan dat nagegaan zal worden hoe de werkzaamheden van de CBPL door de Kamer zullen worden opgevolgd en begeleid. Sinds de grote wetswijziging van 2003 is de Commissie immers een collateraal orgaan van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Een subcommissie van de Kamer zou deze taak kunnen waarnemen.

Willem Debeuckelaere, Voorzitter van de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, sprak de aanwezigen toe

Willem Debeuckelaere schetste de ontstaansgeschiedenis van de Commissie en de totstandkoming van de Wet van 8 december 1992. Die is reeds in 1976 aan bod gekomen in de Kamer. Enkele ministers van Justitie (Vanderpoorten, Gol) en parlementsleden hebben daarvoor initiatieven genomen maar het was toenmalig minister Melchior Wathelet die het wetsontwerp heeft ingediend dat de Wet van 8 december 1992 is geworden. België was daar eigenlijk ook toe verplicht door de vereisten van het Schengen-verdrag van 1990. Deze wet van 1992 werd in de tweede helft van de jaren negentig aangepast aan de Europese richtlijn over persoonsgegevenbescherming.
Het parlement nam zelf het initiatief, en dit over de partijgrenzen heen, om de Privacycommissie grondig te hervormen in 2002-2003. Daardoor is zij, als Commissie, en de verschillende sectorale comités, thans versterkt met een volwaardig secretariaat als solide administratieve basis.

Hulde werd gebracht aan de heer Paul Thomas, van 1991 tot einde 2004 voorzitter van de Commissie. Ook de heer D. Holsters werd geëerd als voorzitter van de "Raadgevende Commissie" (de voorloper van de Privacycommissie van 1982-1992).

Drie leden van de Commissie werden bijzonder vermeld nu zij al 15 jaar of meer actief zijn als commissaris: de heren Bart De Schutter en Frank Robben en mevrouw Nicole Lepoivre . Ook de heer Jo Baret, al sedert 1984 als secretaris verantwoordelijk voor de toenmalige "Raadgevende Commissie" en thans actief als administrateur, werd gehuldigd.

Ook werd de "Codex WVP"voorgesteld, een tweetalige geannoteerde en becommentarieerde versie van de Wet van 8 december 1992.

Tenslotte riep de voorzitter de parlementairen op om de meest dringende dossiers betreffende persoonsbescherming te behandelen. Het gaat om het gebruik van gegevens in de fiscaliteit, zwarte of negatieve lijsten, onder meer in de consumentenbescherming, de te ingewikkelde regelgeving over marketing, profilering, gezondheids- en medische persoonsgegevens (een verdere uitwerking van BeHealth), gebruik van DNA en biometrische gegevens, gebruik van toezichtstechnieken in het arbeidsrecht, verwerking van gevoelige gegevens in het sociaal recht, in de sector van justitie en veiligheid.

Toespraak van de Ondervoorzitter van de CBPL, de heer Stefan Verschuere

Stefan Verschuere legt enkele bedenkingen voor aan het auditorium en komt zo tot een aantal kwesties die verband houden met het statuut van de Commissie, haar wettelijk gezag, haar bevoegdheden, haar opdrachten en haar toekomst. Hij herinnert daarbij aan de uitdagingen waarvoor onze samenleving vandaag staat en die, dat kunnen we nu al met zekerheid zeggen, in de toekomst voornamelijk dezelfde zullen zijn. Het gebruik van informatietechnologieën neemt in het dagelijks leven een buitengewoon hoge vlucht. Daarnaast evolueren de technologische mogelijkheden almaar sneller en indrukwekkender. We kunnen stellen dat de sociale, persoonlijke of gemeenschappelijke verhoudingen niet zomaar onderhevig waren aan een graduele verandering (sneller,op technologisch vlak gebruiksvriendelijker, praktischer…) maar simpelweg wezenlijk veranderd zijn. Het is in die wereld, waar informatie grenzeloos circuleert, dat onze persoonsgegevens zonder ophouden en op grote schaal worden verwerkt (ter verbetering van de gemeenschapsdiensten, de werkverhoudingen en het beheer van het dagelijks leven…) maar ook in bestanden worden opgeslagen waarvan het toekomstig gebruik niet vaststaat en misschien wel gevaarlijk is.

In ons dagelijks leven en handelen is het inwinnen van onze gegevens zo wijd verspreid dat het een illusie is te denken dat we daar zeggenschap over zouden hebben. Het is dus niet alleen van primordiaal belang om perfect op de hoogte te zijn over de manier waarop deze gegevens circuleren maar ook om de controle permanent te versterken, evenals de juridische, administratieve of arbitraire procedures, opdat eenieder in staat zou zijn om zijn fundamentele rechten, die bedreigd worden door de ongecontroleerde toename van bestanden, te doen gelden en te beschermen. Nog meer dan over het privéleven en de identificeerbare kenmerken van iedere persoon, gaat het hier over individuele vrijheid, het recht op garantie tegen willekeurige vervolging of gevangenhouding, toegang tot kennis en wetenschap. Zij vormen immers de basis van de vrije mening en vrije meningsuiting, de bescherming tegen discriminatie en het recht op waardigheid maar ook het recht een eigendom te bezitten, het recht op vrije handel …

Die uitdaging maakt de tussenkomst van de Commissie (en van gelijkaardige instellingen van de lidstaten van de Europese Unie, of de talrijke andere landen van de wereld) gewichtiger. Er moeten nieuwe strategieën worden bepaald op juridisch gebied (hoe een beroep doen op de wet), op rechterlijk gebied (hoe de wet toepassen en wie moet ze naleven) en op gemeenschappelijk gebied (hoe opkomen voor de wet, hoe de rechten beschermen). Daarbij moet men er zich bewust van zijn dat de ernst waarmee de overheid inspanningen levert om de individuele vrijheden te beschermen (via transparantie, via procedures, omdat het haar rol is te waken over dit algemeen belang) het onderpand vormt van een samenleving die het mogelijk maakt dat iedere burger in zijn intimiteit gerespecteerd wordt en zich tegelijk kan doen gelden als vrije burger in het openbaar, daar waar het debat wordt gevoerd, waardoor de risico's die voortvloeien uit de technologische onverschilligheid en het comfort van een artificiële intimiteit, bedwongen kunnen worden.

Parlementair debat

Door de minister van Werk en Informatisering, de heer Peter Van Velthoven en de heren parlementsleden Melchior Wathelet (cdH), Olivier Hamal (MR), Thierry Giet (PS), Bert Schoofs (VB), Hugo Vandenberghe (CD&V-N-VA) en Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!).

Standpunten werden ingenomen over de algemene werking van de wetgeving en de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in het bijzonder. Diverse discussiepunten werden aangehaald. I.v.m. het Rijksregister: toegang tot de gegevens, gebruik van het nummer, de vereiste van informatie aan de betrokken burger over het gebruik van het nummer, de vereiste van een aparte unieke identificatie voor medische gegevens en eventueel voor andere sectoren zoals justitie, sociale en arbeidszaken …
Er werd gewezen op de ongebreidelde toepassingen van persoonsgegevens, vooral dan door het gemak waarmee die mondiaal verspreid worden. Deze internationalisering vraagt een hernieuwde aanpak en daarbij moet een globale visie ontwikkeld worden.
Ook werden vraagtekens geplaatst bij de druk op de privacy vanuit terrorismedreiging, de bewaartijd van gegevens en de bijzondere opsporingsmethodes.
Er werden initiatieven gevraagd over de zogenaamde zwarte of negatieve lijsten, de onrechtstreekse toegang tot databestanden van politie- en veiligheidsdiensten. Ook werden vragen gesteld bij standpunten van de Commissie over de vereniging van mede-eigenaars.

De parlementairen spreken zich ook uit voor het behoud van een uniforme regelgeving inzake privacybescherming, ongeacht het betrokken domein (strafrechtelijke procedure, politionele interventies, administratief,…).

Het debat werd geleid door de heer Paul Thomas, oud-voorzitter.

Willem Debeuckelaere sloot de academische zitting af: hij wees uitdrukkelijk naar de actieve rol die de Belgische autoriteiten, de CBPL in het bijzonder, spelen bij het internationaal uitwerken van persoonsgegevenbescherming, zowel in EU-kader (bvb. Schengen, Europol, …) als op wereldniveau.