Respecteer de Privacywet bij het nemen en publiceren van foto’s- en (video)beelden
Het gebruik van allerlei vormen van beeldmateriaal (bv. foto, film, dvd, internet, e-letters, gsm, mms, ...) evolueert razendsnel.
Vooraleer u een foto neemt van iemand, moet u hem om zijn toestemming vragen. Wil u nadien deze foto’s publiceren op het internet of in een krant(je), dan moet u hiervoor nogmaals zijn toestemming vragen.
Vóór u de beelden gebruikt,moet u natuurlijk ook steeds nagaan of sommige daarvan niet auteursrechtelijk beschermd zijn (het zogenaamde "copyright").
Als we de regelgeving van naderbij bekijken, dan bestaan er verschillende mogelijkheden om uw rechten als gefotografeerde of gefilmde persoon te vrijwaren. Zo kan u zich beroepen op het recht op afbeelding of kunt u ook de Privacywet inroepen.
Binnen deze pagina
Principe – steeds toestemming vragen
Aan iedere persoon werd het recht op afbeelding toegekend en daarom komt het alleen aan de betrokken persoon toe te beslissen of van hem een afbeelding mag worden genomen en gebruikt.
Bijgevolg is het nemen van een afbeelding en het (verdere) gebruik van het beeldmateriaal onderworpen aan de toestemming van de betrokken persoon. De toestemming om van iemand foto’s of videobeelden te nemen betekent niet noodzakelijk dat er toestemming is om deze afbeelding te publiceren of te verspreiden. Beide staan los van elkaar en moeten dus apart gevraagd worden.
Het is interessant te weten dat de rechtspraak steeds vaker aanvaardt dat een minderjarige met onderscheidingsvermogen zelf zijn toestemming geeft. De huidige rechtspraak beoordeelt dit begrip volgens de concrete, feitelijke omstandigheden van de zaak, maar dikwijls ligt de leeftijdsgrens op 12 à 14 jaar.
Enkele bijzondere gevallen
Rechtsleer en rechtspraak zijn het er grotendeels over eens dat wanneer een persoon zich in de openbaarheid begeeft, bijvoorbeeld op een publieke plaats, hij zijn stilzwijgende toestemming geeft. Deze toestemming wordt afgeleid uit de feitelijke omstandigheden. De toestemming blijft wel vereist voor het gebruik en de reproductie van de genomen foto of video. De persoon moet in dit geval wel het hoofdonderwerp vormen.
Wanneer bepaalde personen toevallig op een foto of video staan, genomen op een publieke plaats (bv. een foto van een monument waar enkele personen toevallig mee op afgebeeld staan), dan gaat men er in principe van uit dat een toestemming voor het verdere gebruik van die foto of video niet vereist is.
Wanneer afbeeldingen van een menigte worden genomen, is er in principe ook geen toelating nodig (noch voor het nemen, noch voor het gebruik nadien), omdat ook hier de weergave van de persoon bijkomstig is. Wat onder de noemer "menigte " valt, wordt geval per geval beoordeeld.
Publieke personen (bv. politici, sportvedetten, zangers, …) dienen in principe ook geen voorafgaande toestemming te geven. Hier geldt immers het recht op informatie, mits van enkele voorwaarden worden nageleefd. Zo moet de afbeelding van een publiek persoon een informatief doeleinde hebben (dus geen commercieel gebruik) en mag ze het recht op eerbiediging van het privéleven niet schenden. Om dit te beoordelen, wordt rekening gehouden met de concrete omstandigheden (er is bijvoorbeeld geen schending als de beelden werden genomen tijdens de uitoefening van een openbare activiteit). Sommige personen worden slechts tijdens een welbepaalde gebeurtenis als publieke persoon aanzien (bijvoorbeeld naar aanleiding van een ramp of een misdrijf). De afbeelding van deze persoon moet dan ook gerelateerd zijn aan deze gebeurtenis en na verloop van tijd heeft de betrokkene het recht om vergeten te worden.
De Privacywet is van toepassing van zodra er sprake is van een "verwerking van persoonsgegevens". De brede definitie van beide begrippen maakt het mogelijk om bijvoorbeeld foto’s of videobeelden van een concreet iemand onder de wet te laten vallen (meer informatie over het algemene toepassingsgebied van de Privacywet kunt u terugvinden in de rubriek "Privacy algemeen").
In principe betreft het dus enkel beeldmateriaal van personen en valt het nemen of het gebruik van foto’s of video's van roerende of onroerende goederen niet onder de toepassing van de Privacywet. Goederen zijn immers geen personen. Nochtans, wanneer men op basis van de beelden op een redelijke wijze, dus zonder buitengewone inspanningen, een persoon kan identificeren, worden de beelden van de eigendommen persoonsgegevens. Men kan dus op voorhand de toepassing van de Privacywet niet uitsluiten met als voorwendsel dat het om beelden van goederen gaat. Deze vraag moet geval per geval bekeken worden.
Uitzondering op de toepassing van de Privacywet
Toch geldt de privacywet niet altijd. Beelden voor louter persoonlijke of huishoudelijke doeleinden, zoals een familiealbum aanleggen of privéopnames maken bij een sportmanifestatie, is de wetgeving niet van toepassing. Wanneer die beelden op het internet worden gezet, overstijgt dit de persoonlijke of huishoudelijke doeleinden omdat de beelden verstrekt worden aan een onbeperkt aantal personen, waardoor de privacywet wel van toepassing is. Een oplossing zou erin kunnen bestaan om een beperkte toegang te voorzien (bv. een beveiligde website die enkel toegankelijk is voor de familieleden, de beelden per e-mail versturen, maar dan enkel naar de gasten op een feest, ...).
Principe – toestemming vereist
Op grond van de privacywet kan alleen de betrokken persoon zelf beslissen over het nemen en het gebruik van zijn beeltenis en zijn beide enkel mogelijk als de betrokkene daarvoor zijn ondubbelzinnige toestemming heeft gegeven.
Toestemming is de vrije, specifieke en op informatie berustende wilsuiting waarmee iemand de verwerking van zijn gegevens aanvaardt. "Vrij" wil zeggen dat er geen druk mag worden uitgeoefend om toestemming te verkrijgen. "Specifiek" houdt in dat de afbeelding voor geen ander doeleinde mag worden verwerkt dan dat waarvoor toestemming werd gegeven.
Deze toestemming moet niet noodzakelijk schriftelijk zijn. Een ondubbelzinnige toestemming is voldoende. U kan dus met andere woorden ook een mondelinge toestemming geven/vragen, of zelfs een stilzwijgende (bv. een persoon laat zich fotograferen zonder zich hiertegen te verzetten).
Een mondelinge of stilzwijgende toestemming is evenwel moeilijk bewijsbaar en een voorzichtige verantwoordelijke voor de verwerking tracht dan ook best omwille van bewijsredenen zoveel mogelijk de schriftelijke toestemming van de betrokkene te verkrijgen. Praktisch kan dat door aan de betrokkene bijvoorbeeld een specifiek formulier voor te leggen dat handelt over het nemen en het gebruik van zijn afbeelding.
De Commissie beveelt een schriftelijke toestemming aan bij het nemen of gebruiken van gerichte beelden in het kader van een besloten kring (bv. school, sportclub, vereniging, ...).
In een besloten kring wordt immers een onderscheid gemaakt al naargelang de beelden gericht of niet-gericht zijn. Wat nu precies "gericht" en "niet-gericht " is, hangt sterk af van de context en wordt geval per geval bekeken. Het begrip "gericht" slaat veeleer op een individuele afbeelding of een afbeelding waarvoor één of enkele personen tijdens een groepsactiviteit worden uitgelicht of een afbeelding waarvoor wordt geposeerd (bv. de klassieke klasfoto of een individuele foto). Voor gerichte beelden moet op een formulier nauwkeurig worden verwezen naar de soort(en) te nemen foto's/filmpjes, de verspreidingsvorm (intern of extern, krantje, internet, e-mail, ...) en het doel. Verder moeten op dit formulier ook de rechten van de betrokkene worden vermeld, zoals het recht op informatie, toegang, verzet.
Het begrip "niet-gericht" is eerder beeldmateriaal dat een algemene en eerder spontane, niet geposeerde sfeeropname weergeeft zonder daarvoor specifiek één of enkele personen eruit te lichten (bv. een groepsfoto van de klas tijdens een boswandeling of een sportactiviteit). Voor niet-gerichte beelden volstaat het om de betrokkene te informeren dat zulke beelden worden genomen, voor welk doel en welke publicatie.
Omdat het in de praktijk niet altijd mogelijk is om toestemming te vragen, biedt het (voldoende) anonimiseren in een aantal gevallen mogelijk een oplossing.
Bijzondere gevallen waar toestemming niet vereist is
In een aantal gevallen is de toestemming niet vereist en kunnen op een andere grond beelden worden genomen of gepubliceerd. De hieronder opgesomde voorbeelden, mogen niet als absoluut beschouwd worden. Elk dossier dient geval per geval onderzocht te worden en bovendien wordt de aandacht gevestigd op het proportionaliteitsbeginsel, dat stelt dat beelden niet overmatig mogen zijn uitgaande van het nagestreefde, concrete doeleinde.
Zo kan specifieke wetgeving het gebruik van beelden toestaan. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van een foto op de identiteitskaart. De Camerawet op haar beurt is de rechtsbasis voor de verwerking van beelden van bewakingscamera's.
Indien het gebruik van een afbeelding noodzakelijk is om een taak van openbaar belang te vervullen, is voorafgaande toestemming evenmin noodzakelijk. Zo kan de politie bijvoorbeeld een folder verspreiden in de wijken van de gemeente met de foto van de desbetreffende wijkagent.
Het gebruik van een afbeelding kan ook zonder toestemming wanneer dit noodzakelijk is voor de behartiging van een gerechtvaardigd belang, mits het belang van de betrokkene (met andere woorden van de gefotografeerde of de gefilmde persoon) niet zwaarder doorweegt. Zo zou volgens het type instelling en de gevoeligheidsgraad van de gegevens die zij verwerkt (bv. de Veiligheid van de Staat), een gerechtvaardigd belang kunnen bestaan om een foto op een identificatiebadge te voorzien.
Wat met toestemming van minderjarigen?
Voor minderjarigen wordt een onderscheid gemaakt tussen minderjarigen met en minderjarigen zonder onderscheidingsvermogen (meestal 12 à 14 jaar).
Een minderjarige zonder onderscheidingsvermogen kan zelf geen toelating geven en wordt vertegenwoordigd door de ouders.
Voor een minderjarige met onderscheidingsvermogen geven niet alleen de ouders hun toestemming, maar ook de minderjarige.
Bijzondere regeling bij gevoelige gegevens
Sommige gegevens zijn zo delicaat dat ze alleen in zeer specifieke gevallen verwerkt mogen worden, zoals ras, gezondheid, politieke opvattingen, levensbeschouwelijke overtuigingen (gelovige of atheïst, enz.), seksuele voorkeuren of gerechtelijk verleden. De Privacywet regelt registratie en gebruik van die gevoelige gegevens heel strikt. Meer informatie kan u terugvinden in de rubriek "Privacy algemeen".
Bij het nemen en/of het gebruik van beelden kunnen ook zulke persoonsgegevens verwerkt worden. Het moet wel gezegd dat niet elk informatiegegeven op zich gevoelig is, maar voortvloeit uit de context en de doeleinden waarvoor de gegevens zijn verwerkt. De huidskleur van een gefotografeerde of gefilmde persoon, of die nu blank of zwart is, kan niet beschouwd worden als gevoelig op zich, maar zou dat wel zijn indien het doel van de beeldopname het identificeren en klasseren van de gefotografeerde of gefilmde personen volgens hun huidkleur zou zijn. Zo zijn beelden waarbij iemand informatie kan afleiden omtrent de gezondheidstoestand van een persoon niet meteen gezondheidsgegevens voor zover deze informatie niet wordt gebruikt om er systematisch de gezondheidstoestand van de geïdentificeerde personen uit af te leiden.
De Privacywet geeft aan de gefotografeerde of gefilmde persoon enkele rechten
Zo voorziet de Privacywet onder meer in:
- het recht op informatie. De betrokkene moet dus verwittigd worden dat zijn gegevens zullen verwerkt worden en waarom dat gebeurt;
- het recht om vragen te stellen. De betrokkene kan vragen of de verantwoordelijke gegevens over hem bezit. Deze verantwoordelijke dient dan mede te delen welke gegevens hij over de betrokkene heeft en waarom, welke soort gegevens het zijn en wie die gegevens zal ontvangen;
- het recht op toegang. Dit betekent dat de betrokkene altijd kennis mag hebben van zijn gegevens. Belangrijk is wel dat de verantwoordelijke ook gewoon (per brief en zelfs per telefoon) mag meedelen dat hij gegevens over de betrokkene bezit en over welke gegevens het precies gaat;
- het recht op verzet. De betrokkene kan zich altijd verzetten tegen het gebr uik van zijn gegevens, maar dan moet hij daar ernstige redenen voor hebben. Hij kan zich niet verzetten als het gaat om een gegevensverwerking die is opgelegd door een wet of reglementaire bepaling, of die noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij hij partij is. Hij beschikt wel altijd over een recht op verzet tegen ongeoorloofd gebruik van zijn gegevens en hij mag zich kosteloos en zonder redenen verzetten tegen het gebruik van zijn gegevens wanneer ze verwerkt worden voor directmarketingdoeleinden.
Beperkte toepassing van de Privacywet in geval van journalistieke doeleinden
In een aantal gevallen kan u als gefilmde of gefotografeerde persoon niet alle rechten inroepen. Dit is onder andere het geval bij een verwerking voor journalistieke doeleinden.
De Privacywet voorziet immers uitdrukkelijk dat ze slechts beperkt van toepassing is indien persoonsgegevens verwerkt worden voor journalistieke doeleinden.
Zo bepaalt de Privacywet dat:
- de verwerking van gevoelige gegevens, gegevens met betrekking tot de gezondheid en gerechtelijke gegevens voor uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire doeleinden mogelijk is wanneer de verwerking betrekking heeft op persoonsgegevens die kennelijk publiek zijn gemaakt door de betrokken persoon of die in nauw verband staan met het publiek karakter van de betrokken persoon of van het feit waarin die persoon betrokken is;
- er vrijstelling is van de informatieplicht op verwerkingen van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire d oeleinden wanneer de toepassing ervan de verzameling van gegevens bij de betrokken persoon in het gedrang zou brengen;
- het recht op toegang en verzet van de betrokkene niet van toepassing is op verwerkingen van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire doeleinden in de mate dat de toepassing ervan een voorgenomen publicatie in het gedrang zou brengen of aanwijzingen verschaffen over de bronnen van informatie.
Deze uitzonderingen hebben deels te maken met de uitoefening van het democratisch controlerecht door journalisten, de zogenaamde "waakhondfunctie" van de pers in een democratische samenleving. Dit controlerecht mag natuurlijk niet misbruikt worden.
Het gaat dan ook over een uitzondering waarop in naam van de persvrijheid een beroep kan worden gedaan, in het bijzonder door een geaccrediteerde journalist of door eenieder die een dergelijke rol vervult. Een ledenblad van bijvoorbeeld een vereniging of een schoolkrantje vallen met andere woorden niet onder deze uitzondering.
Aangifte
Indien het nemen en/of het publiceren van beeldmateriaal een (volledig of gedeeltelijk) geautomatiseerde verwerking uitmaakt (bv. bij publicatie van een foto op een publieke website), dient de verantwoordelijke voor de verwerking in principe hiervan aangifte te doen bij de Privacycommissie.
De aangifte gebeurt niet per afbeelding, maar wel per doeleinde
Wie een aangifte op papier wil indienen, kan een formulier afdrukken via de website van de Privacycommissie en betaalt hiervoor 125 euro. Aangiftes kunnen ook volledig online worden verricht tegen de prijs van 25 euro.



